Eekhoornlei 9 - 2900 Schoten - Tel. 03/658 01 96

Freinet en de Tuimelaar

Freinetonderwijs vertrekt niet vanuit handleidingen of  methodes, maar in de eerste plaats vanuit de ervaringen en belevingen van de kinderen. De leraar en de groep zorgen er samen voor dat hier zinvol mee gewerkt kan worden.

Leren is niet opnemen wat anderen bedacht hebben, je leert pas echt als je al handelend experimenteel kan zoeken en ontdekken en daar met anderen over kan communiceren.

De leraar bepaalt niet eenzijdig wat er gebeurt, maar de groep en de leraar plannen in  democratisch/coöperatief overleg het werk. 

  • De ervaringen en belevingen van de leerlingen vormen een vertrekpunt van het onderwijs, waarbij de leerkracht en de groep ervoor zorgen dat er zinvol gewerkt  wordt.
  • Leren is experimenteel zoeken en ontdekken.
  • Het werk van de leerlingen moet plaatsvinden in een voor hen zinvol verband.
  • De opvoeding op school vindt plaats in democratisch/coöperatief overleg.

Deze technieken hanteren we om samen met de kinderen tot leren te komen:

De praatronde

Elke dag zitten de kinderen met hun leerkracht in de kring. Tijdens een ronde vertellen kinderen, tonen ze meegebrachte spullen, stellen ze werk voor of lezen een tekst. Kinderen ervaren samenhorigheid, geborgenheid en voelen zich veilig om hun verhaal te delen. Uit een ronde ontstaan vaak thema’s en activiteiten.

De leerkracht treedt structurerend op en gaat samen met de kinderen dieper in op de aangebrachte onderwerpen.  De leerkracht stelt vragen en tracht zoveel mogelijk reken- en taalactiviteiten uit de ronde te distilleren.

Bij de jongste kinderen zit de leerkracht de praatronde voor, in alle volgende klassen zitten de kinderen om beurt de kring voor.  De praatronde is tevens een middel om zich mondeling te leren uiten en om te leren luisteren naar anderen.

Tijdens de ronde is er ook ruimte om het klas-en schoolleven te bespreken, voorstellen te doen, oplossingen te zoeken voor kleine en grote problemen en complimentjes te geven aan elkaar.

Wat kinderen hier leren, is aanzienlijk: 

  • rekening houden met elkaar, het groepsproces evolueert steeds verder.

  • ervaren dat het kan helpen als je zegt wat je voorstel of je vraag is.

  • hun eigen situatie in handen nemen, samen verantwoordelijkheid nemen. Wanneer kinderen serieus genomen worden, zijn ze in staat om mee de organisatie van de klas te regelen, in groep afspraken te maken, problemen aan te pakken,...

Ook deze techniek evolueert van kleuters naar lagere school: in de kleuterklas wordt er ook samengezeten om problemen op te lossen, maar dan wel op het moment zelf wanneer de situatie zich voordoet.

De schoolraad

De schoolraad is een vergadering met de kinderen van de oudste kleuters, de lagere school en alle leerkrachten. Deze bijeenkomst wordt voorbereid door een groepje afgevaardigden van de derde kleuterklas tot het zesde leerjaar. Ze overleggen over de agendapunten: afspraken, regels, activiteiten en andere onderwerpen die klasoverschrijdend zijn. Samen trachten ze, na het afwegen van argumenten voor en tegen, te komen tot een besluit/ oplossing van alle agendapunten.

Op de schoolraad zelf worden de besluiten/ oplossingen meegedeeld. Doordat kinderen leren opkomen voor wat ze belangrijk vinden, ervaren ze dat ze de wereld rondom hen kunnen beïnvloeden. Leren participeren aan ‘Samen school maken’ vinden wij een belangrijk proces in probleemoplossend denken en conflicthantering.

De taken

Deel uitmaken van een groep betekent dat iedereen een deel van het werk op zich neemt. Dagelijks worden een aantal taken verdeeld zoals bijvoorbeeld de vloer vegen, het bord schoonmaken, de vuilbakken legen, de planten gieten, de boekenhoek in orde maken.

De werkplannen

In de kleuterschool leren kinderen taken af te werken. De kleuters kiezen in samenspraak met de leerkracht het tijdstip waarop ze dit uitvoeren.

In de lagere school leren de kinderen hun werk plannen. De mate waarin kinderen dit kunnen, bepaalt de verantwoordelijkheid die ze hierin krijgen. In het begin van de week krijgen ze een aantal taken die ze voor het einde van de week moeten afwerken. Elke dag is er tijd om hieraan te werken.

Kinderen leren op deze manier plannen en zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun werk.

Natuurlijk lezen

Tijdens het klasgebeuren wordt er veel verteld en beleefd.

Hieruit wordt een woord gehaald, waarrond gewerkt wordt. We stempelen, knippen en plakken, werken met de letterdoos, magneetletters, auditieve en visuele oefeningen, … .

Hiermee worden verschillende taalactiviteiten nog verder uitgediept en krijgen ze zo steeds meer greep op het omgaan met taal, herkennen ze woorden en letters, zoeken gelijkenissen bij woorden of lettergrepen die ze al kennen. Op deze manier zijn de kinderen ontdekkend en experimenterend met lezen bezig waarbij het steeds gaat om woorden van de kinderen zelf en om taal die aansluit bij hun activiteiten.

De vrije tekst

In de kleuterschool hebben de oudste kleuters een vrije teksten-schrift waarin de kinderen tekeningen maken over hun ervaringen. De juf schrijft hun verhaal erbij.

Zodra kinderen kunnen schrijven, willen ze hun gedachten op papier zetten in woorden en zinnen. Deze teksten, die een neerslag zijn van de eigen ervaringen en belevenissen, worden ‘vrije teksten’ genoemd. Tijdens het taalatelier, tijdens de vrije werktijd of gedurende een vrij moment schrijven de kinderen vrije teksten in hun verhalenboek. De tekst wordt ook telkens geïllustreerd.

Deze vrije teksten zijn regelmatig het uitgangspunt voor het taalonderwijs. De teksten worden voorgelezen en besproken. Bij de bespreking heeft men zowel aandacht voor de inhoud (de geuite gevoelens), als voor de vorm (grammatica en spelling) van de tekst. Uit de veelheid van verhalen worden er dan gezamenlijk enkele uitgekozen waarmee men klassikaal aan het werk gaat. 

Doordat de kinderen ervaren dat hun teksten werkelijk een functie hebben, blijven ze gestimuleerd om telkens opnieuw te schrijven.

Levend rekenen

Naast onze rekenmethode Nieuwe Pluspunt, proberen we elke gelegenheid die zich aanbiedt aan te grijpen om aan levend rekenen te doen. Hierbij wordt het dagelijks leven van de kinderen gebruikt als toepassingsgebied voor het rekenen en leert het kind inzichtelijk werken en zijn eigen rekenproblemen oplossen.

Uitstappen

Kinderen gaan regelmatig op stap: in het kader van een project, naar dans- of theatervoorstellingen en één keer om de 2 jaar maken de klassen van de lagere school een meerdaagse uitstap... Ook de derde kleuterklas neemt hieraan deel.

Dit samen-zijn en samen-bezig-zijn heeft een positieve invloed op het groepsproces en op het leerproces.

Projecten en themaonderzoeken

Voorwerpen die de kinderen meebrengen, hun belevingen en ervaringen kunnen uitgroeien tot thema’s. Zo kan er bijvoorbeeld gewerkt worden rond dinosauriërs, vulkanen, slangen, indianen, de post, de brandweer, Congo of Anne Frank. Bij jongere kinderen werkt men vaak klassikaal aan deze thema’s, dan spreken we van ‘projecten’. 

Naast projecten komen in de oudere groepen ook themaonderzoeken voor. Hieraan werken en experimenteren kinderen zelfstandiger. Alleen of met enkele andere kinderen, informeert een kind zich over een bepaald onderwerp. Een werkstuk wordt gemaakt en er volgt een presentatie in de groep, gevolgd door een klassikale bespreking en evaluatie. Het gebeurt dat de leerkracht deze voorstelling aanvult met een historische, geografische of poëtische verruiming van het onderwerp.

Centraal staan het zelfstandig werken en het leren aannemen van een kritische houding tegenover de verschillende informatiebronnen. De kinderen verzamelen niet alleen kennis, maar ze moeten ook samenwerken, contacten leggen, bezoeken regelen, interviews afnemen en verwerken, dia’s bespreken,....

Druktechnieken

In de eerste Freinetscholen waren drukpersen aanwezig en werden de eerste woorden en zinnen door de kinderen ‘gezet’ en ‘gedrukt’. Zo kon men werkjes in meerdere oplages maken om ermee naar buiten te komen.

Nu leren we een aantal druktechnieken aan, meer ter illustratie, en gebruiken kinderen tekstverwerkingsprogramma’s om hun teksten te produceren en te reproduceren.

Vrije werktijd

Terwijl kleuters elke dag vrij spel hebben, organiseert men in de lagere school vrije werktijd. Kinderen kiezen dan uit verschillende mogelijkheden: de timmerhoek, de constructiehoek, tekenen, knutselen, de computerhoek, een taal- of rekenwerk afmaken, toneel, ... . Ook het samen voorbereiden van een voorstelling, het ineensteken van een toneeltje of het inoefenen van een dansje,… kan tijdens de vrije werktijd.

Kinderen vinden het leuk om te kiezen wat ze zullen doen en de leerkracht kan ondertussen observeren wie welke techniek gebruikt, wie durft te experimenteren of wie vaak alleen werkt.